Vandaag in het containerpark. En ja, ik dacht ook dat dit enkel anderen kon overkomen.
Het was vrij druk en met een auto vol papier, karton, oude frituurolie, een paar plastiek potten, een oplaasbaar zwembad met enkele gaten en wat oud ijzer in de vorm van een roestig driewielertje kwam ik iets voor sluitingstijd aan in het gemeentelijk containerpark.
Alles netjes in de juiste container gesmeten en dan terug naar mijn auto. Oops, mijn autosleutels. Ha, juist ik laat die altijd op het contact zitten. Shit, nee, deze keer niet. Ha, waarschijnlijk in de koffer gelegd tijdens het uitladen. Ook niet. Misschien in het zakje van mijn hemd. Nee dus. Broekzak dan. Of nee, op mijn zetel natuurlijk. Ha, op het dak misschien.
Geleidelijk aan begin ik tot het besef te komen dat die sleutels in een of andere container liggen te blinken. Ik heb nog tevergeefs wat in het papier staan rommelen. Tussen het metaal was het onbegonnen werk en tot overmaat van ramp had de wachter net de pletwals van de container met grof vuil in gang gezet.
- We hebben hier nog zo eens een “geval” gehad, zie de wachter. Haar sleutel lag toen tussen de batterijen.
- Lag de mijne ook maar tussen batterijen, of tussen een zak met blokken isomo, of tussen die enkele lege potten verf. Maar nu ligt hij waarschijnlijk tussen een Libelle, een Humo, het parochieblad of een lege pizzadoos van Dr. Oetker in een immense container. Bah
Even naar mijn zus gebeld en iets later stond ze daar met de reservesleutel. En ja, ik ben onmiddellijk daarna naar de garage gereden om een sleutel te laten bijmaken. Je weet maar nooit









