Kom maar mee in mijn winkel

Na ons bezoek aan het oude Polonnaruwa hadden de kinderen best wat dorst. Gelukkig was daar een vrouw die ons heel vriendelijk vroeg haar te volgen naar haar winkeltje.

Haar winkel was duidelijk afgescheiden van die van haar buurvrouw met wat tuinstoelen. Voor de kinderen werd ook duidelijk dat het woord “winkel” hier een totaal andere betekenis heeft dan bij ons in het dorp.

Een paar dagen later zagen we aan de kant van de weg een tuinslang liggen. Het bordje ernaast maakte alles duidelijk: Car Wash.

Bekende begrippen met een totaal andere invulling, of hoe het wereldbeeld van onszelf en van de kinderen wordt bijgesteld.

 

Polonnaruwa

In de middeleeuwen was Polonnaruwa de hoofdstad van Sri Lanka. Op de site was er niet alleen een archeologisch museum maar ook heel wat overblijfselen uit een ver verleden.

De Vatadage, een van de oudtse monumenten

De Gal Vihara

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mihintale

Van Anuradhapura ging het richting Mihintale, de bakermat van de Singalees-boeddhistische beschaving. Een stralende zon, en drie trappen met samen 1840(!) treden brachten ons naar de tempel op de top van de heuvel.

 

Negombo

Onze rondreis kon niet mooier starten dan in Negombo, aan de westkust. Een vissersdorp. De vissers varen hier uit met oruvas, kleine kano’s met een vierkant zeil.

En dan brengen ze onder andere kleine zilveren visjes mee, die vakkundig worden schoongemaakt, gepekeld en gedroogd in de zon.

En uiteraard, de vissersmarkt met viswijven en -mannen.

(omdat ik hier sukkel met een trage internet-verbinding, heb ik de foto’s heel hard verkleind, en is de kwaliteit niet zoals ik het zou willen)

 

Sri Lanka – aankomst

Altijd leuk als je in een vreemd land aankomt en je wordt opgewacht aan de inkomhal van de luchthaven. We werden zelfs door 2 Singalezen verwelkomt: Susantha en Bandara. De eerste heeft hier een reisbureau en heeft samen met ons e-mailsgewijs onze reis gepland. Bandara zal onze gids zijn voor de volgende 18 dagen.

Van de luchthaven was het een klein uurtje naar ons hotel. Pegasus Reef in Hendala, iets boven Colombo.

En meteen viel het ons op dat het verkeer hier enorm chaotisch en vrij anarchistisch is. Eén regel: de grootste wint. Een vrachtwagen wint het van een auto, een auto wint het van een tuk tuk, een tuk tuk wint het van een fiets, en een voetganger porbeert gewoon te overleven in die drukte. 

Bandara, onze gids is eigenlijk ook onze chauffeur. Zelf rijden in Sri Lanka is eerder iets voor waaghalzen.

Het was een boeiende rit, dat wel. 

En ons hotel? Idyllisch eigenlijk. En lekker eten en al. Rijst en curry’s en bami en vers fruit. En palmbomen en een zwembad voor de kinderen (ikzelf ben niet zo’n zwemmer).

Een paar foto’s misschien, ter illustratie; zeker niet om jullie jaloers te maken of zo.

Quiet room

En dan denk je bij het plannen van de reis dat 8 uurtjes wachten in Doha (Qatar) best wel meevalt.

Niet echt, dus. De “Quiet Room” in de luchthaven van Doha was al een stuk minder rustig met een nogal zwaar uitgevallen man die iedereen uit zijn slaap snurkte. Hij zorgde met zijn gesnurk best voor de nodige hilariteit en moslim, boedhist, christen en atheïst waren het er allemaal over eens dat deze man eigenlijk niet in deze wachtzaal thuishoorde.

We hebben het hem in ieder geval niet kennen uitleggen, want hij moet zowat de enige geweest zijn die wel goed geslapen heeft en met geen stokken wakker te krijgen was.

Dan maar om 5 uur in de ochtend met de kinderen wat rondgehangen in de taxfree shop en een croissant gegeten.

Behalve de slechte nacht in Qatar is onze eerste week Sri Lanka perfect verlopen. We hebben nu een hotel met een wifi-hoekje en gelukkig reikt de straling zelfs tot in onze kamer.

Het is bijna negen uur, de airco zoemt zacht, de kinderen zijn nog wat aan het lezen en ik heb me geïnstalleerd met de laptop om één en ander on line te gooien